Tag Archives: (Un)Safe

Is machineveiligheid nog wel leuk?

Iedereen zal nu denken dat dit een rare vraag is van iemand die zich al jaren als specialist op het gebied van machineveiligheid profileert en daar ook nog eens de kost mee verdient. Voor de goede lezer wil ik wijzen op de woorden: ‘nog wel’. Maar laat ik, voordat ik deze vraag persoonlijk ga beantwoorden, even aangeven waarom ik tot deze titel ben gekomen. In gesprekken met klanten loop ik steeds meer tegen het feit aan dat de techneuten al die regelgeving best zat aan het worden zijn. Steeds maar weer het aspect van ‘dan geldt dat regeltje en dan geldt dat regeltje’. Steeds maar weer die nadruk op alle verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden. Voor veel van hen is het één groot woud van regeltjes geworden. Op events over machineveiligheid krijgen ze ingewikkelde theoretische (soms slaapverwekkende) lezingen van deskundigen te horen waarna ze, bevestigd in hun vooroordeel, teleurgesteld naar huis gaan om allerlei wegen te bedenken om onder al die regeltjes uit te komen. De meeste kiezen dan voor de weg die voor hen het makkelijkste is. Namelijk we doen maar wat, of nog vaker, we doen maar niets.

Menselijke robots in de toekomst

We lezen steeds meer berichten dat we in de toekomst te maken gaan krijgen met menselijke robots. Geen 4-, 6- of meer-assige industriële robots, maar robots met een grote gelijkenis met de mens. Robots met goed ogende gezichtjes en een leuk figuurtje zijn volgens de voorspellingen de toekomst. Was dit eerder science fiction, nu begint het werkelijkheid te worden.

Laat de overheid ons in de steek?

Met dit onderwerp wil ik niet inspelen op alle gevoelens die bij vele Nederlanders leven ten aanzien van de opstelling van de overheid in de situatie met Griekenland. Veel lezers hadden misschien gehoopt op een Greek exit en waren teleurgesteld dat uiteindelijk de onderhandelingen resulteerden in nog meer steun aan de Grieken. Hierover hebben de kranten al bol gestaan en mijn columns gaan altijd over veiligheid gerelateerde onderwerpen. Daarom nu toch maar weer eens over het functioneren van onze Inspectie SZW (voorheen arbeidsinspectie). In een vorig jaar verschenen publicatie luidden de Nederlandse vakbonden de alarmklok over het functioneren van onze Inspectie SZW, zoals dat vastgelegd is in een ILO rapport. Zij geven daar zelfs aan dat wij, als Nederland, het slechtste jongetje van de Europese klas zijn.

Veilig werken? Doe ik toch!

Als je met mensen in het bedrijfsleven praat over veiligheid op het werk, dan zal iedereen beamen dat veilig werken absoluut noodzakelijk is. Als je dan aan hen vraagt of zij zelf altijd veilig hun werk doen, dan klinkt er in eerste instantie een absoluut: ‘ja’. Want natuurlijk geef je niet toe dat ook jij wel eens geluk hebt gehad en goed bent weggekomen in een onveilige situatie. Maar even doorpraten en doorvragen levert meestal de conclusie op dat men bepaalde werkzaamheden soms op een onveilige manier uitvoert. Als je dan, vanuit je expertise, aangeeft dat je hun veilig werken toch in twijfel trekt, dan krijg je te horen: ja, maar het kan toch niet anders!

Gebrek aan voldoende bewijs

In de rechtspraak wordt iemand, indien er sprake is van gebrek aan voldoende bewijs, vrijgesproken. Gelukkig wordt in ons rechtsstelsel het principe gehanteerd dat iemand onschuldig is tot het tegendeel bewezen is. Dit is dan ook gelijk het mooie van ons rechtssysteem. Je hoeft zelf niet te bewijzen dat je onschuldig bent. Een ander (meestal het openbaar ministerie) moet aantonen dat je schuldig bent. Men heeft de plicht om voldoende bewijs te verzamelen. Bij een arbeidsongeval ligt dat echter anders. Wanneer een medewerker van een bedrijf een arbeidsongeval krijgt, dan moet de werkgever aantonen dat hij alles gedaan heeft om dit ongeval te voorkomen. Gelukkig spreekt hier de Arbowetgeving dan wel van een redelijkerwijs principe. Dus met andere woorden een werkgever moet alles gedaan hebben wat redelijkerwijs van hem verwacht mag worden. Bij een arbeidsongeval wordt door de inspectie SZW aan de werkgever gevraagd om aan te tonen dat hij alle risico’s goed in kaart heeft gebracht en heeft gereduceerd voor zover als dat mogelijk was. Als bepaalde gevaren niet gereduceerd konden worden, moet de werkgever kunnen aantonen dat er voorzien is in voldoende instructies en procedures. Men noemt dit ook weleens dat de werkgever ‘goed huisvaderschap’ betracht moet hebben. Hierbij ligt de bewijslast dus bij de werkgever. We noemen dit ook wel de omgekeerde bewijslast.

Wie kan ik nog vertrouwen?

Ik hoop dat u hierop niet antwoordt met ‘niemand!’. Dat zou namelijk betekenen dat u het vertrouwen in mensen bent verloren. Dat zou bijzonder jammer zijn. Misschien bent u het vertrouwen in mensen verloren omdat u in het verleden teleurgesteld bent geweest. Misschien ook door mensen in uw nabijheid en is uw vertrouwen in mensen daardoor beschadigd. Ik hoop voor u dat andere ervaringen u voldoende tegenwicht geven om nog steeds vertrouwen in anderen te kunnen hebben. Het volmondig beantwoorden met niemand zou alleen maar grote eenzaamheid betekenen. U zult begrijpen dat het niet de bedoeling van deze column kan zijn om over allerlei intermenselijke verhoudingen te gaan filosoferen. Daar ben ik ook niet echt voor in de wieg gelegd, om het maar eens zo te zeggen. Laten we het daarom ook deze keer maar puur zakelijk houden. Al lezende zult u begrijpen waarom ik deze column zo begonnen ben. Om het onderwerp meer in de richting van mijn deskundigheid te trekken, is het gepast om de vraag waarop we in deze column een antwoord zoeken, beter te formuleren als ‘zijn er nog machinebouwers die te vertrouwen zijn’?